Lancaster (Ned)

Lancaster ND762 

plane

Om 13 minuten voor elf in de avond vertrekt op 22 mei 1944 vanaf RAF-vliegveld Graveley een Avro Lancaster Mk III, onder registratienummer ND762, van het 35ste squadron van de Royal Air Force. Aan boord zes bommen van 1000, twee van 500 en één van 4000 pound.

De bemanning wordt gevormd door:
Ernest “Sherl-E” Holmes, 22, piloot;
John Kennedy Stewart, 33, navigator;
Derrick Ernest Coleman, 19, bommenrichter;
Frank Joseph Tudor, 21, radio-telegrafist;
Albert William Cox, 21, boordschutter;
Alistair Stuart McLaren, 37, boordschutter;
John Robert Cursiter, 20, boordwerktuigkundige.
De standaard 7-koppige bemanning (figuur) is aangevuld met:
Harold Thomas Maskell, 35, geboekstaafd als radio-telegrafist/2de bommenrichter.

De bijnaam van de piloot was "Sherl-E", Sherl als een verwijzing naar de beroemde detective Sherlock Holmes en zeker een aanvulling op zijn ontzettende talenten. De E is om hem te onderscheiden van een collega die ook bekend stond als "Sherl".

 

Lancater frame

Squadron XXXV squadron

Aanvankelijk werd bij het No. 35 Squadron, gestationeerd op het vliegveld van Graveley in Cambridgeshire, gevlogen met Halifax, vanaf maart 1944 met Lancaster. Het 35ste stond onder commando van RAF-groep No. 8, ook bekend staand als Pathfinder Force, een vliegtuigformatie binnen de RAF die geallieerde bommenwerpers voorafging en de doelen voor hen markeerde. De taak van een Pathfinder-eenheid was met behulp van navigatie- en markeersystemen doelen te markeren met behulp van flares, een soort van fakkels, die de stroom bommenwerpers naar hun doel leidden.

Tot en met 23 mei 1944 vloog piloot Holmes tientallen keren richting Duitsland. De meeste bemanningsleden op die bewuste avond zijn geen onbekenden voor hem. Vaker hadden zij gezamenlijk het luchtruim gekozen, de een wat meer dan de ander. Steeds in de geest van het squadron: uno anomi agimus - ‘We act in one accord’.

The London News en De Stem van Londen weten van het luchtfront in West-Europa van die dag te melden dat ondanks het matige weer de Engelse en Amerikaanse aanvallen met duizenden toestellen wordt voortgezet, zowel ’s nachts als overdag van vroeg tot laat. Die maandagnacht zouden honderden bommenwerpers van de R.A.F. naar Dortmund gevlogen zijn en kleinere formaties naar Brunswijk en vliegvelden bij Orléans en Le Mans in Frankrijk. Terwijl Mosquito’s doelen in Ludwigshafen aanvielen. Ook werden er opnieuw mijnen gelegd. De Duitsers stuurden vele nachtjagers de lucht in en ook het afweervuur was hevig. In totaal zouden die nacht 35 machines niet op hun basis zijn teruggekeerd, aldus deze bronnen.

Crash Molenbroek
Lancaster ND762 is één van de 16 vliegtuigen van het 35ste squadron die deelnemen aan de aanval op Dortmund. De route voert onze acht van Flamborough over het IJsselmeer naar het doel, waarna rechtsomkeer wordt gemaakt richting Orfordness.

 route

Vliegend op 16.000 voet worden zij, ongezien, boven Brabant onderschept door een nachtjager en, tegen half twee in de nacht, in brand geschoten. Het vliegtuig explodeert in de lucht waardoor drie overlevenden uit het vliegtuig worden geslingerd met hun parachutes. De vijf anderen komen om. De brokstukken van de bommenwerper komen terecht bij het Molenbroek tussen Vessem en Middelbeers, ongeveer 14 kilometer ten westen van het centrum van Eindhoven. In de dagen daarna worden de overledenen daar begraven op de Algemene Begraafplaats Woensel.

Op 23 mei worden Bomber Command, het Air Ministry en het RAF Records Office geïnformeerd dat het vliegtuig en de bemanning vermist zijn. Wat volgt is de zo vaak door de Britse luchtmacht herhaalde procedure: de naaste familie van elk bemanningslid ontvangt een telegram gevolgd door een brief. Even routinematig worden de uitrusting en persoonlijke bezittingen uit de kluisjes gehaald en beschreven. De uitrusting gaat terug naar uitgifte en de persoonlijke bezittingen verdwijnen in de centrale opslag van de RAF. De familie blijft daarna nog lange tijd in onzekerheid over het lot van hun dierbaren.

De omgekomen bemanningsleden

RAFlogo

Gemarkeerd met een eenvoudig houten kruis zijn op de Algemene Begraafplaats in Woensel begraven Cox, Cursiter, Maskell, McLaren en Stewart. Het lichaam van Cursiter (‘de achtste man’) wordt eerst enige tijd later gevonden in een moerig deel van het terrein.
In de jaren ’50 zijn de bekende stenen van de Commonwealth War Graves Commission (CWGC) geplaatst. Het logo van de RAF ‘per ardua ad astra’ – through adversity to the stars- is op elke steen afgebeeld.

Stenen

Terugkeer na krijgsgevangenschap

Ernest, Derrick en Frank overleven de crash, maar worden opgespoord, verhoord en gevangen gezet voor de resterende tijd van de oorlog. Na vrijgekomen te zijn uit krijgsgevangenschap worden zij, als onderdeel van hun terugkeer, door de RAF bevraagd en worden hun ervaringen op schrift gesteld.

Ernest en Derrick duiken op 23 mei onder, tot hun verraad in Antwerpen op 17 juni 1944. Ernest wordt op zijn tocht onder andere geholpen door Fons van der Heyden uit Netersel. Derrick komt na het neerkomen al snel in contact met Teunis Haneveld, een ondergedoken student medicijnen die in De Rimboe aan de Kromvensedijk tussen Middelbeers en Westelbeers woont. Na veertien dagen verblijf in de schuilplaats van Teunis vervolgt hij zijn weg richting Moergestel. Na de oorlog zal Teunis als blijk van waardering een oorkonde ontvangen van zowel de Engelse als de Amerikaanse overheid. Uiteindelijk belandt Coleman, via de nodige tussenstappen, in Antwerpen waar hij het slachtoffer wordt van verraad. Hij wordt gesnapt door twee man in burger die Duitse politiemensen blijken te zijn. Via het hoofdburo belandt hij voor 11 dagen in een militaire gevangenis in Antwerpen om vervolgens aan de Luftwaffe te worden overgedragen. Hetzelfde lot als Derrick ondergaat Ernest na aankomst in Antwerpen. Hij wordt verhoord door de Gestapo, inclusief bedreiging met de dood, om informatie los te krijgen over de verzetsorganisaties.
Beide worden van 6 juli 1944 tot 28 januari 1945 gevangen gezet in Stalag (Stammlager) Luft III, nabij Sagan. Dit is een kamp waar gevangengenomen luchtmachtpersoneel verblijft. Begin februari 1945 evacueert men naar het overbevolkte krijgsgevangenkamp Marlag und Mirlag (Marinlager und Marineinternieringslager) Nord (Tarmstedt) nabij Westertimke. Daar verblijven zij tot 10 april.

Frank landt op een boom in het veld. Hij loopt een hersenschudding op en een gebroken been en heeft dringend behoefte aan medische hulp. Hij meldt zich daarom bij de marechaussee in Middelbeers en wordt nog dezelfde dag overgegeven aan de Feldgendarmerie in Eindhoven en verpleegd in het ziekenhuis van de Luftwaffe in Amsterdam tot 31 mei en verblijft vervolgens in Stalag Luft VII in Bankau, Opper-Silezië van juni 1944 tot januari 1945. Als dan de geallieerden en Russen steeds verder oprukken worden krijgsgevangenen verplaatst. Dat betekende ook hier vele honderden kilometers marcheren door een bittere kou naar het reeds overbevolkte Stalag III-A in Luckenwalde.

“Voor een uitgebreid interview met Frank Tudor kunt U terecht op de website van het Imperial War Museum.”

Begin mei 1945 keren zij die in een vorig leven vakken uitoefenen als schilder-decorateur (Holmes), klerk (Coleman) en slager (Tudor) uit krijgsgevangenschap behouden terug naar Engeland om het ‘gewone’ leven weer op te pakken.

Holme en Stewart werden onderscheiden met het voor officieren ingestelde Distinguished Flying Cross (DFC). Tudor ontving de Distinguished Flkying Medal (DFM), een decoratie voor onderofficieren en manschappen. Dit voor daden die getuigen van moed en doorzettingsvermogen tijdens gevechtsvluchten (‘an act or acts of valour, courage or devotion to duty whilst flying in active operations against the enemy’).

Meer dan 55.000 ‘bomber boys’ van de RAF zullen, boven op de meer dan 25.000 Amerikaanse vliegeniers die hun leven verloren in Noord-Europa, hun leven verliezen bij de bombardementsvluchten en daarmee een beslissende bijdrage leveren aan de finale overwinning van Hitler-Duitsland.

Terugdenkend aan de 23ste mei schrijft piloot Holmes het gedicht ‘I will remember’, met als beginregels:

When the sun sets, and darkness falls. I will remember.
When the sun rises, and another day is born. I will remember.

Afdrukken E-mail

Heemkunde vereniging De Hooge Dorpen

  • Domineeshof 13
  • 5512 BR  VESSEM
  • Tel.: 0497 – 33 67 55
  • IBAN : NL24RABO0107044846
  • KvK : 40237279

Secretariaat

  • Dhr K. Huijbers
  • p.a. Wilhelminalaan 27
  • 5512 BJ  VESSEM
  • Tel.: 0497 – 59 15 58

 Heemzolder Jacobus

  • Jan Smuldersstraat 4
  • 5512 AZ VESSEM

 Contact

  • U kunt ook contact opnemen
  • via het contactformulier
  • bovenaan op op deze pagina

 HoogeDorpenEmbleemAnimatie